10-07-10

Sint-Martens-Latem: controverse bij drevenbeheer

Sint-Martens-Latem en de dreven...

Al jaren liggen we hier in dat zogenaamde rustige dorpje in discussie over het beheer en de mobiliteit in de dreven. Sinds vijftien jaar verspelen we onze tijd en geld aan oeverloze discussies over het hoe en waarom van verharding.

Verharding? Een dreef zou in se een onverharde weg moeten zijn en hier heeft men in de bos- en landelijke dreven vaak de fout gemaakt die te verharden om de bewoners tot vriend te houden. Nu ben ik geen specialist in bos- en landbouw maar ik heb een stukje boerenlogica meegekregen van mijn verre Ruddervoordse voorvaderen die meestal boer of bosbeheerder waren voor één of andere baron of graaf. Ik ben dus van nederige afkomst.

Wie op de buiten wil wonen, moet het stof of de modder erbij nemen of anders blijft hij beter een stadsmens.

Jammer genoeg is de ‘boerenstiel’ hier in ons idyllische kunstenaarsdorp volledig aan het wegkwijnen.
Toch zijn het mensen met een beetje boerenverstand en veel ervaring die de juiste oplossing kunnen bieden.
Schepenen Coryn en De Jaeger die thuiswaren in de land- en tuinbouw hadden beter moeten weten.

Weg die verhardingen! Rij rustig en geniet van holle wegen.

Nu zult u zeggen wat is een holle weg, hoe ontstaat hij en wat is zijn nut?

Een holle weg is een weg of pad waarvan het wegdek lager ligt dan het omliggende land. Eeuwenlang gebruik van hetzelfde pad, te voet of met paard en kar, leidde tot een natuurlijk erosieproces. Losgewoelde aarde spoelde af met het regenwater en op die manier diepte de weg zich jaar na jaar verder uit. Het is een proces dat ook vandaag nog optreedt zolang het wegdek onverhard blijft. Een ‘holle weg’ is die naam waardig wanneer het wegdek minstens een halve meter lager ligt dan de gronden rondom.

Het mooiste voorbeeld is het nog onverharde deel van de Kapitteldreef, waar we vroeger de Reinaertdreef, Buizenberg en de Koedreef in Deurle hadden.

Holle wegen zijn typische kleine landschapselementen voor heuvel- of duinstreken met een leemondergrond.
De fijne leemkorrels kleven goed samen en laten de vorming van stevige, steile wanden toe. Zand brokkelt geleidelijk af zodat hierin enkel ondiepe holle wegen ontstaan. Naast een geschikte bodem is een hellend reliëf nodig, opdat het afstromende regenwater voldoende kracht krijgt om grond mee af te voeren.

Op die manier worden op een natuurlijke manier de ontstane spoorvormingen of putten gevuld. Sommige holle wegen ontstonden in de Middeleeuwen of zijn nog ouder en dateren uit de Romeinse tijd. Holle wegen dragen dus een stukje geschiedenis mee en maken daarom deel uit van ons cultureel erfgoed.

Waarom zijn holle wegen zo bijzonder?

Naast hun cultuurhistorische waarde hebben holle wegen ook een belangrijke natuurwaarde. In ons intensief gebruikte landschap zijn holle wegen van groot belang voor plant en dier. Ze herbergen soms het laatste restje wilde natuur te midden van uitgestrekte akkers of dienen als verbindingsweg of stapsteen tussen bosjes en andere stukjes natuur die versnipperd liggen in de omgeving. Door hun verzonken ligging heerst in holle wegen een microklimaat, zeker wanneer de bermen bebost zijn. Het is er windluw, schaduwrijk, vochtig, koeler in de zomer en zachter in de winter dan ‘erbuiten’.

In beboste holle wegen vinden typische schaduwplanten hun stek: allerlei varens, Gele dovenetel, Geel nagelkruid, Salomonszegel. In de struik- en boomlaag vind of liever vond je een veelheid aan inheemse soorten. Ook holle wegen die niet bebost zijn kunnen een hoge natuurwaarde hebben. Vooral op zonnige bermen kan een grote verscheidenheid aan bloeiende kruiden voorkomen.

Naast een ecologische functie hebben holle wegen uiteraard ook een economische functie - vroeger in de eerste plaats voor de landbouw - en een recreatieve functie. Samen met andere ‘trage wegen’ zijn ze ideaal voor wandelaars, ruiters en fietsers om van het landschap te genieten.

Bedreigingen …

Helaas gaat het niet altijd even goed met onze holle wegen. Het toenemende verkeer (meestal bestemmingsverkeer) en de woekerende bebouwing zijn rechtstreekse bedreigingen. Talrijke holle wegen – en helaas ook andere kleine landschapselementen zoals graften, bomenrijen en houtkanten verdwenen (legaal of niet) de laatste decennia. Het gevolg was zonnebrand en stuk gereden wortelstructuur in bijvoorbeeld de Rode Beukendreef.

Vroeger werden de bomen en struiken in holle wegen meestal als hakhout beheerd Het hout werd regelmatig gedeeltelijk gekapt omdat men brand- en geriefhout nodig had. We willen de inwoners bewust maken van het waardevolle van de schaarse, nog bestaande holle wegen in hun omgeving.

De meeste holle wegen zijn immers officiële openbare wegen, ook al behoren de bermen soms voor een stuk tot het naastliggende perceel of privé-domein. Dit wil zeggen dat alle werkzaamheden die geen normaal onderhoud zijn, verboden zijn; tenzij hiervoor een ‘individuele ontheffing’ werd verkregen of een stedenbouwkundige vergunning met advies van het Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse overheid.

Het wijzigen van het wegdek door het aanbrengen van allerlei verhardingsmateriaal, het graven van een oprit naar een perceel, het verwijderen of vernietigen van vegetatie, … zijn duidelijk géén normale onderhoudswerken.

Een andere wetgeving die van toepassing is op vele holle wegen en andere ‘trage wegen’ (veldwegen, oude kerkwegels, paadjes, …) is de ‘Wet op de Buurtwegen’. Alle officiële buurtwegen zijn aangeduid in de ‘Atlas der Buurtwegen’, die ter inzage ligt bij de gemeenten en de provincie. Deze buurtwegen zijn openbaar: iedereen mag er gebruik van maken en ze mogen ook niet afgesloten worden. Dit geldt ook voor buurtwegen die gelegen zijn op private eigendom!

Het wordt dus een dwingende noodzaak om het dossier ‘Trage Wegen’ in onze gemeente eindelijk eens grondig te inventariseren en toe te zien wat nog kan gered worden. Geef het dossier uit aan een fijngevoelig bureau voor landschaparchitectuur met mensen met kennis van zaken, mensen die de natuur nog met hart en ziel verdedigen en dienen.
Dreven en holle wegen zijn geen crosscountry- of snelheidsparcours, matig dus je snelheid en het stof zal minder opwaaien. Je kent toch die mop van die muis en die olifant die door de woestijn rennen, of niet soms?

Misschien denk je: “met wat moeit de Loathemsche Kleppe zich nu?” Het is simpel: Latem en Deurle liggen hem nauw aan het hart.

Kapitteldreef

De Kapitteldreef, foto Eveline Czerniewski

14:53 Gepost door Albert-Fernand HAELEMEERSCH in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.