09-07-10

Sint-Martens-Latem: een beetje nostalgie mag toch?

 

Het is nu niet dat we van Latem en Deurle Bokrijk moesten maken want dat zou utopisch zijn. We hebben hier nu eenmaal niet het ‘limburggevoel’.

Ik kom regelmatig bij vrienden in de Borggravevijverstraat in Hasselt, op een steenworp van Bokrijk. Niet specifiek voor het heerlijke Bokrijk met zijn kruidentuinen en heerlijk groen, hoewel ik er toch niet kan aan weerstaan. Ik geniet dan niet alleen een weekend lang van de sfeer, de geur van de lemen hoeve en de wilde visvijver van mijn gastheer maar ook van de openheid en de minzaamheid van de Hasselaar. De Flanders Nippon, een schitterend golfterrein, waar ook ik een balletje mag slaan, straalt een sfeer van vriendschap uit. Als je na de negen holes van het openbare terrein op het terras van de bar een verfrissing neemt wordt je gekust en geknuffeld alsof je gans je leven al Hasselaar was.

Wij hebben hier inderdaad ‘Les Buttes Blanches’ en ‘La Garenne’, één van de mooiste golfclubs en clubhouses van België. Nu is het de ‘Royal Latem Golf Club’, gesticht door Albert Feyerick - als ik me niet vergis - in 1909. Ik sta steeds weer in bewondering voor de mensen van de groendienst die het domein schitterend verzorgen. Mijn vader, zijn neven en nichten waren er caddie van 1919 tot 1930 en later. Ik meen zelfs te weten dat een van hen, Michel Verschueren, er caddie master was en jammerlijk verdronk toen hij in de poel op zoek ging naar een bal en onwel werd.

Uiteraard moest ik van thuis uit ook ‘stokken gaan dragen’. Ik liep daar rond van 1957 tot 1965 en had het geluk vaak met heerlijke spelers te kunnen optrekken. Van sommige mocht je dan, uit het zicht van de ‘directie’, ook al eens een balletje mee slaan. Dan had je nog wel die onvermijdelijke 9-putspelers waar je veel tijd mee verloor door het zoeken naar de verloren ballen, maar van wie je veel vriendschap had. Dat telt ook!

Ik herinner mij zo voor de vuist weg M. en Mw. Dubois, Mademoiselle Van Hauwaert en een kleurrijk figuur als Meneer Duvivier, die onder de caddies meestal ‘den ouwen duv’ genoemd werd. Hij woonde in de villa op het parcours van ‘den twee’ en had dubbel zoveel slagen nodig als een ander. Bij zijn derde slag (!) op de twee sloeg hij de bal steevast in het strooien dak van zijn villa. Met de tijd mocht ik met de tweede slag de bal zodanig leggen dat ‘het obstakel’ vermeden werd. Het was een heerlijke jeugd met de familie Swaelens en een crème van een caddie master als Aimé Van Hecke. Met het ‘drinkgeld’ dat we daar opstreken en met wat klussen in de St Christophe, de Pêcheur of bij de Lima, kocht ik dan een tweedehandse motorboot en verkoos te gaan spelevaren met mijn liefje in Baarlehoek.  Thuis mochten ze uiteraard niets weten van die speedboot. Die lag veilig bij Maurice en Bertha aan Baarleveer. Toen verwaterde die drang naar de golfclubs helemaal. Muziek, liefde en voetbal kregen de voorkeur.

Pas in 1980 kwamen de clubs weer boven water. Naast het tennissen ging ik af en toe, bij ondergaande zon, een balletje slaan. Voor een ex-caddie kneep men wel een oogje dicht want ik deed amper 4 holes aan en stoorde niemand. In mijn tuin had ik zelfs een ‘green’ aangelegd waar ik naar hartelust kon putten...

Ik vraag me soms af of dat vandaag nog zou kunnen. Latem heeft een zodanige metamorfose ondergaan en de zeden en gewoontes zijn totaal anders.

We kunnen nu wel terecht in Drongen of Puyenbroeck maar het is niet ons vertrouwd terrein.

Maar hebben we als Latemnaar nog ergens vertrouwd terrein buiten onze eigen tuin? Ik weet het, het is kwestie van perceptie en van assertiviteit, maar ik ben nu eenmaal een nostalgicus. Gelukkig is er een opwaardering van de wijk- en straatfeesten. Onze kermissen hebben ook die volkse sfeer verloren. Geen ouderwetse pensenkermis meer, geen haantjeskaarting, hoepelbolling of pitjesbak... Hoewel! Brakelkermis heeft nog zo iets volks.

Nu is er een ‘chillfuif’, een kreeftenfestijn, is er een champagne- en oesterbar. Niet te versmaden, verre van. Die heerlijke kermisgeur hangt echter niet meer in ons dorp. Op 22 augustus is het weer zover: twee weken Latem- en Deurlekermis. We gaan toch nog eens de sfeer opzoeken en wat beeldjes schieten voor de achterkleinkinderen. Toch even degusteren op het terras van ‘De Klokkeput’, de ogen sluiten en terugdenken aan de tijd van Miel en Frans De Cauter, La Belle Hélène, The Cotton City Jazzband, Koen & De Piotto’s en de frisse pinten bij Bakker Claeys. Kwestie van geen heemkundig gat te krijgen in de geschiedenis van de Leiedorpen zijn we het onze nazaten verplicht.

geitenkeuring la belle Helene 1958
Geitenkeuring 1958 - Foto Archief Latem-Deurle

 

 

 

 

 

 

10:45 Gepost door Albert-Fernand HAELEMEERSCH in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.