08-07-10

DE LOATHEMSCHE KLEPPE STRIKES BACK!

Bijna twee jaar min een chiclette waren we uit de running wegens een loginfout maar hier zijn we terug en wel met een heel kritisch stuk van blogger en expat Roel Verschueren. Hij verwoordt wat vele gemeentenaren op het hart en de tong ligt maar niet durven uiten.

Ik deed onlangs lukraak een oproep in de gedrukte versie van 'De Loathemsche Kleppe' en ja, zelfs in Wenen hoorden ze de klokken luiden!

 


“Het zou mijn hartenwens zijn moest mijn oude vriend en schrijver Roel Verschueren - criticaster en trendwatcher bij uitstek - dat nu eens als gast in zijn typische stijl en met zijn rijke woordenschat in dit bescheiden blad neerpennen.”

De Kleppe. Eigenlijk spijts spot en cynisme, een uiting van liefde. Ik heb echter altijd een probleem gehad met het dialectdeel, vergt bij mij nog altijd te veel energie. Ik begrijp en waardeer de poging wel, maar het doel schiet mijn linkeroog voorbij. Maar daarom is niet alles wat aan mij voorbijgaat gedoemd om Kleppe te zijn.

Zeven jaar is een mooi getal. Zeven, zweeft zoals negen maar is ronder. Zo lang ben ik uit mijn vorige gemeente weg. Weet je wat zeven jaar met iemand doet?
Die zorgen voor afstand, die verplichten je eerst tot zeven te tellen voor je een antwoord geeft op een vraag over Latem.
Kinderen worden daar zenuwachtig van, van wachten bedoel ik, vooral als het doel niet duidelijk is. Ik ook.
En ik was op zoek naar een doel, naar een aanvaardbare reden waarom ik op de toevallig ontdekte wens van Albert hoe dan ook zou reageren.
Wel, ik zeg het u, omdat Albert het zich gewenst heeft en ik zijn wens op Google gevonden heb. Iemand meer reden nodig?

De afstand tussen Wenen en Latem is precies 1163 kilometer. Als we Michelin mogen geloven is dat exact 10:22 uur rijden, waarvan 9:46 uur op autowegen.
Dat is wat men een ‘goede’ verbinding noemt toch?
Wel, die afstandsberekening kan dan wel kloppen, het gevoel ligt toch wat anders.

Zeven jaren betekenen op mijn leeftijd vooral vergeten wat net voor die zeven jaren is gebeurd. Ik heb geen probleem om me alles te herinneren over de kinderen die naar Sancta Maria werden gebracht en prachtig werden opgevangen. Maar dat is ondertussen 27 jaar geleden.
Ik herinner me nog levendig intense gesprekken met Raf, de enige echte burgervader van de gemeente, alles wat daarna kwam was vaal plagiaat, en dan nog niet noodzakelijk van een even authentisch gehalte.
Ik zag de gemeente veranderen, tot een gemeente zonder dorpskern, en hoeveel traiteurs en delicatessenwinkels hebben mensen nodig?

Ik heb de discussie meegemaakt over de kleur van de luiken van de Klokkeput die de burgemeester niet beviel: Provence blauw paste niet in de dorpskern die hij zelf vernietigde. Groen was zijn kleur, nou ja groen, wat daar in Latem moet voor doorgaan. 
Wandel- en jaagpaden stonden op de agenda, Hooglatem was een heikel punt, rotondes en asfalt stonden ter discussie, wateroverlast zorgde voor een gespeelde solidariteit die enkele seconden de politiek oversteeg.

Ik heb brieven rondgedragen voor de verkiezingen.
Niet voor mezelf, politiek bekijk ik vanaf de zijlijn, zeker als het over de lokale politiek gaat, maar een zeker amusementsgehalte heeft het in Latem altijd wel gehad. Ik heb teksten geschreven voor kandidaten die het zelf wat moeilijk konden verwoorden, en deelgenomen aan politieke vergaderingen van zowel blauw, als groen, als geel, of welke kleur dan ook. Ik heb mijn mening gegeven na eindeloze discussies over een partijlogo, waarover gesproken werd als zou het de wereld veranderen. Ik heb een burgemeester helpen verkiezen die zowel voor als na de verkiezingen met een bevroren brede glimlach de hand schudde van zijn dorpsgenoten zonder hen in de ogen te kijken, want al op weg naar de volgende hand. Ken je dat gevoel? De hand schudden van iemand die je eigenlijk negeert?
Ik ken ook de P.I.T.A’s van Latem. De Pain-in-the-Asses. De mensen die opkomen voor een partij die op voorhand weet dat ze geen kans heeft, maar wel degelijk beseft dat zonder hen niet gekookt kan worden. Deze mensen in de politieke twilight zone, die alleen kunnen overleven door ergens tussenin te vallen. Storende factoren, met niet noodzakelijk de juiste instelling die hun dorp ten goede komt.

Ik mis eigenlijk Astrid. Op de Naschmarkt in Wenen staat ook een vrouw met wat snor, maar die kan aan de onverstoordheid van de eeuwig-open Astrid niet tippen. 

Ik was deelgenoot van het sociale leven, dan vooral op uitnodiging en in kostuum, bij mensen die bij voorbaat wisten dat ze daarna deelgenoot zouden zijn van mijn sociaal leven. Facebook bestond nog niet, netwerken des te meer. Ik heb er rechtstaand leren eten, met een glas bengelend aan mijn bord, ongemakkelijk luisterend naar verhalen. Eten zowel als luisteren doe ik het liefst al zittend, ik gebruik mijn handen als ik discussieer. En hoe wilder de verhalen, hoe beter. Succes was een inherente factor, anders had je geen leven. En we waren schitterend in het elkaar stimuleren, uitdagen en schouderkloppen, dat hoort er nu eenmaal bij, wie gaat naar huis zonder schouderklop?

Ik herinner me de bouwfirma’s die gretig elk stukje vierkante meter bouwgrond kochten en er vervolgens de in oude bakstenen en dito pannen ‘Latemse villa’s’ op dumpten, alsmaar minder betaalbaar, maar de vraag was groot. Mensen met grote titels en zetels in elkaars raden van bestuur namen Latem over, kochten zich een identiteit die de hunne niet was. Inwijkelingen die zich binnen hun sociaal milieu isoleerden van wat het dorp ooit was, maar graag de aura meepikten van het idyllisch verleden. De kunstenaars die het dorp de epigraaf ‘Latemse School’ schonken draaien zich af en toe nog eens om in hun graf. Ik hoor het tot in Wenen.

Ik herinner me ook het elk jaar groter wordend vuurwerk op Latem Kermis, afgeschoten vanaf de geklasseerde overkant van het dorp, en Brakel kermis was ook een must. Zien en gezien worden. Kermis als venster op een wereld van mensen die geen dorpsmensen meer waren, en het nooit wilden worden.

Ik schrijf vandaag vanuit Wenen. Een stad die vele Vlamingen wel mogen. Ik woon in een klein district waar geleefd wordt, open en bloot, met elkaar, waar elk café een dorpscafé is en iedereen, iedereen kent. We helpen mekaar met de kinderen, onze stadskinderen die nog kunnen spelen in de straat, en we loven en ondersteunen elk creatief initiatief, hoe klein het publiek soms ook.

In België krijgen De Standaard en De Tijd online wekelijks mijn columns, als ‘expat’ heet het daar, maar ik ben meer, een ‘expat’ keert ooit terug. Ik ben iemand die beseft dat hij weg is, definitief weg en vanuit een ander perspectief over zijn land mag schrijven. Niet altijd mooi, dat ex land van me, maar het politieke gras is niet altijd groener aan de overkant. Ik schrijf meestal over dingen die me storen, ongeduld en het besef van onrecht groeit met het ouder worden. Vooral blind staren naar vastgeroeste standpunten stoort me het meest. Ik heb leeftijdgenoten die nog altijd dezelfde argumenten gebruiken van dertig jaar geleden. Ik kan me zo’n leven niet voorstellen en ik wil zo’n leven ook niet leiden.
Het zijn zij die lijden, zonder het te beseffen.

Ik weet niet hoe het er vandaag in Latem aan toe gaat. Misschien is alles weer anders. Misschien is het proces dat ik heb meegemaakt gestopt, schrijven de mensen hun voornamen weer in het Vlaams, zoals in hun geboorteakte staat, en gaat het opnieuw over essentie. Ik was de jongste zeven jaar nog drie keer in het dorp, maar dan eerder om er snel een graf te bezoeken, of een moeder die ondertussen ergens anders flink oud wordt. En dan stelde ik vast dat ik het eigenlijk niet miste.
Dat het een noodzakelijke omweg was van hier naar daar en ik bezoeker was, zonder nostalgie.

Op een verleden moet je niet spuwen, je kan het hoogstens relativeren en vaststellen dat als je vooruit kijkt, de nutteloosheid van heimwee ontdekt, de vluchtigheid van de jaren en het weldoende effect van loslaten van wat toen – waarom dan ook –belangrijk was, soms belangrijk scheen. Weemoedig staren naar vroeger, belemmert het zicht op de frisse nieuwe morgen. En die heb ik hoe dan ook, elke dag broodnodig en ik heb geleerd die elke dag opnieuw te beleven.

Roel Verschueren, Wenen, 27 juni 2010 

http://www.verschueren.at

 zaklientse 

Speciaal voor Roel het devies van de echte Latemnaar: horen, zien maar zwijgen...

Een foto van 'zijn' en 'ons' Astrid heeft hij van ons tegoed!

 

16:28 Gepost door Albert-Fernand HAELEMEERSCH in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.