01-04-08

SNOBISME EN DECADENTIE

 

In de Weekend Knack las ik op 26 maart 2008 een boeiend analytisch themastuk van neo-Latemnaar en gevierd Nederlands auteur, Oscar van de Boogaard met als toepasselijke titel ‘Spot de Snob’.

Het is merkwaardig hoe de Nederlander zo typerend de ‘nieuwe Latemnaar’ – ook al woont hij er zelf pas twee jaar – en het alom in Vlaanderen opstekende snobisme en decadente gedrag schetst. Oscar heeft blijkbaar een grote mensenkennis en is daarenboven een geijkte trendspotter.

Zijn bijdrage deed mij deugd aan het hart. In hem zag ik een gelijkgestemde die dergelijke toestanden openbaar durft hekelen en te kijk stellen.

 

Lezend op het terras van ‘De Klokkeput’ werd ik af en toe afgeleid door het getimmer en gezaag aan de overkant waar men alles in orde bracht voor een nieuwe ‘place to be’:

de Bobar Lounge. Een leuk, klasrijk etablissement dat er veelbelovend uitzag... tot ik het zeezand zag aanrukken dat de plaats moest innemen van mijn ooit geliefde petanquebaan en het groene gras van het gezellige opentuinterras. Deze verkrachting van een vertrouwd dorpsgezicht deed mij dan in mijn pen kruipen. Zoveel wansmaak inspireerde mij, eens in mijn schrijfkamer, tot onderstaand gemijmer:  Al twintig jaar vecht ik tegen de verstedelijking van wat eens een landelijk kunstenaarsdorp was. Tevergeefs. Sinds de jaren tachtig heerst er een bouwwoede die blijkbaar niet af te remmen is. Er zit geen lijn in de ruimtelijke ordening en het stedenbouwkundig beleid, vroeger niet en nu nog steeds niet. Hoe we als bestuur ook trachten van de hoogbouw tegen te gaan en ijveren naar een beter groenbeleid, we slagen er niet in vat te krijgen op projectontwikkelaars en grootgrondbezitters. De steen moet echter niet geworpen naar het beleid op gemeentelijk vlak. Zelfs bij negatief advies blijken de ‘grote’ bouwheren steeds gelijk te halen bij hogere instanties en sta je als gemeentemandataris voor schut.Inzake bouwstijl vind je geen enkele raakpunt of stijl. Waar men in een landelijke gemeente een dito bouwstijl zou verwachten tref je een allegaartje van Amerikaanse bouwtrends naast pastorijwoningen, moderne geometrische blokken en de obligate appartementsgebouwen al dan niet met winkelruimtes.Hoe meer we als bestuur ijveren voor groen en boomaanplant, hoe meer bomen er gerooid worden om er ‘woonreservaten’ neer te poten. Wat erger is, beschermde landschappen, monumenten  en sites worden niet in ere gehouden.Gelukkig is Deurle-dorp nog intact gebleven. Wij doen grote inspanningen om van onze schitterende deelgemeente ‘het mooiste dorp van Vlaanderen’ te maken en dan krijg jij aan de andere zijde van de ‘prochie’ het deksel op je neus.Hoewel geklasseerd, worden de regels gewoon met de voeten getreden.Ik ben helemaal niet vies om onder de luifel van een verwarmd terras van een koffie te genieten, zolang alles binnen de perken van het fatsoen blijft.De middenstand en de horeca doen grote inspanningen en investeringen om het ons zo aangenaam te maken en dat siert hen. Ik ga die uitbater niet met de vinger wijzen, maar als je dergelijke ingrepen doet moet je stevig in je schoenen staan. Hij meent het goeden ik wens hem dan alle succes toe, maar waarom in ’s hemelsnaam een stukje natuurlijk groen omtoveren in een decadent strand aan de Leie? Wat me ook stoort is dat aanmaningen en proces verbalen van een gemachtigd ambtenaar die verbaliseert wegens overtredingen op de wetten van stedenbouw en monumentenzorg gewoon worden genegeerd. Levende hagen in een beschermd dorpsgezicht worden zomaar vervangen door gevlochten riet, het groene gras wordt bedekt met een lading zeezand en onvergundebouwwerken worden zonder blikken of blozen in de vroeger ‘fleurige’ tuin neergepoot.Saint-Tropez in het centrum van Latem. Dit ruikt naar decadentie en daar krijg ik als raadslid geen goed gevoel van. De (voorlopige?) passiviteit van de oppositie maakt me nog alerter en precies daarom wil ik anticiperen. Een strand in de dorpskern van ons dorp? Mens, neem je wagen en rij naar Knokke!Wat men nodig heeft in het dorp? Een eenvoudig dorpscafeetje waar de ‘stapper’, ‘de wielertoerist’ of de ‘bootjestoerist’ een pint of een koffie kan drinken en gezellig kan keuvelen. Het doorgaand autoverkeer naar de dorpskern moet geminimaliseerd worden. Straks sneuvelt de eeuwenoude ‘ezeltjesweide’ voor parkeergelegenheid. Met alle respect voor de horeca en haar bezoekers, maar ik kan dergelijke zaken zeker niet toejuichen, laat staan als raadslid goedkeuren. Waar is het respect voor de gemeentebestuurders gebleven?

13:14 Gepost door Albert-Fernand HAELEMEERSCH in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |