04-09-05

ANTI-NOSTALGIEBETOOG OP 'GWIJ'

Uitgerekend een dorpsgenoot van wie ik dacht dat hij met nostalgie naar het verleden van 'zijn' dorp terugblikte, bindt de strijd aan tegen de nostalgie naar het landelijke van een dorpje aan de meanders van de kabbelende Leie, een gevoel dat bij nogal wat autochtonen leeft en dus ook bij onze filisoof-poeet én 70-plusser, Gwij van Campen. Het betoog van Raf toont echter aan dat de gedrukte versie van De Loatemsche Kleppe nog reden heeft van bestaan en kritisch gelezen wordt. Het verheugt mij dat mensen als hij en eerder al de heren Goossens, Ledoux, den Bergh, Meirlaen en vele andere hun reactie verwoordden. Een reactie - positief, negatief of verrijkend, is de uiteindelijke bedoeling van mijn satirische periodiek.Ziehier wat columnist en kunstenaar Raf Van Cauwenberghe schreef: Het stekje van GWIJWie is deze anonymus?Wie is deze onbekende chagrijn die het nodig vindt om de goegemeente de les te lezen? Zijn bevlogen nostalgische mijmeringen laten vermoeden dat het iemand is die op een keerpunt,('t keren van de jaren)van zijn leven staat.Alleen wie de vijftig voorbij walst,kijkt achterom en vult zijn dagen met geleuter over de tijd van toen. Jonge mensen kijken vooruitstrevend naar de toekomst die zij,meestal verkeerd,met veel rozengeur en maneschijn inschatten. De klaagbrief van GWIJ over het verlies aan ruimte,rust en eenvoud is niet objectief. Had GWIJ,toen hij nog jong was en onstuimig droomde van zijn toekomst,enig oog voor de paradijselijke rust en de pastorale eenvoud van het platteland? Was hij oprecht gelukkig met wat de kleinschalige dorpsgemeenschap,bij wij ze van toekomst,te bieden had?Ik ben er van overtuigd dat hij,net als zoveel andere jongeren, wou uitbreken. Weg uit de beschamende schamelheid van het bekrompen dorpsleven. De mondaine weelde van de stad lonkte en versnelde de uittocht van al wie zijn geluk elders ging zoeken,Het dorp ontvolkte en de laatste paradijsvogels bleven verwezen achter. Dat fenomeen werkte ook een omgekeerde mutatie in de hand. Stadsmensen zochten de rust en de ruimte van "den buiten" op. Die wisselende kontakten knipten beetje bij beetje de navelstreng met het verleden door. Het dorp verbeurde zijn eigenheid,het paradijselijk geluk van toen was voltooid verleden tijd geworden. Aan die teloorgang van de waterhoek hebben wij,de een al wat meer dan de andere,meegewerkt. Wie dat beseft en zijn eigen aandeel,hoe gering ook,in die evolutie objectief aanvaardt,kan niet kwijlen over de verstedelijking van het dorp.In onze laattijdige treurnis moeten wij niet chagrijnig rancuneus naar de anderen uithalen.GWIJ krijgt ook zijn zegje omtrent de ecologische en wildbiolo-gische gevolgen van dat versnijden,verkavelen en verminken van onze dorpen. Wie zichzelf het predikaat van de waarheid aanmeet, moet op dat stuk geloofwaardig overkomen. Het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer van het Vlaams Gewest kan GWIJ onomstootbaar bewijzen dat de tijd van de vossen, marters(marterachtigen om juist te zijn)ooievaars(bedoelt hij blauwe reigers?)en reeën zeer dicht,zelfs dichter dan toen,bij ons ligt. In het Vlaams Gewest wordt de populatie explosie van die soorten zelfs problematisch. Overpopulatie van de ene soort is nefast voor alle andere soorten die op dezelfde voedselketen leven. Het wildbiologisch evenwicht tussen de wildsoorten is zeer kwetsbaar. Om dat te beheren,te herstellen en zo nodig te verbeteren heb je kennis,inzicht en ervaring nodig. Dat bereik je niet met populistisch emotioneel gezeur.Raf Van CauwenbergheOndervoorzitter Hubertus Vereniging Vlaanderen O.VL.

11:27 Gepost door Albert-Fernand HAELEMEERSCH | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |